Vijftig jaar in Nederland. 

Ik ben ooit uit mijn geboorteland Indonesië gevlucht van de genocide in 1965. Met één koffer in de hand. We lieten alles achter alsof we op vakantie gingen. We namen van niemand afscheid, want niemand mocht weten dat we het land gingen verlaten. Belangrijke foto’s werden uit de albums gehaald, mijn lievelingspop mocht thuis blijven. Wij gingen met een vliegtuig, heel luxe. Mijn ouders konden in ruil voor huis en inboedel een ticket voor ons kopen.

Daar denk ik de afgelopen tijd aan, want vandaag, op 10 maart is het precies 50 jaar geleden. En er komt bij mij een inzicht als een heldere boodschap om op een andere manier te kijken naar mijzelf en alle mensen die nu aan het vluchten zijn.

Ik was 12 toen ik na vele omzwervingen uiteindelijk in Nederland terecht kwam. Ik voel dankbaarheid voor alle kansen die ik heb gekregen. Ik heb vrijheid leren kennen en ik heb me mogen ontplooien tot degene die ik nu ben. Ik heb hier mijn kinderen gekregen en zij hebben hier een thuis gevonden. Ik heb mooie ontmoetingen  en vriendschappen gekregen. Ik ervaar dat het leven hier goed voor mij is.

Er is ook een andere kant van het verhaal waar ik de laatste tijd mee bezig ben. Stel je eens voor dat ik hier niet was geweest. In de 50 jaar dat ik hier woon heb ik 44 jaar getracht zinvol bij te dragen aan onze maatschappij. Aan duizenden mensen heb ik in de afgelopen jaren op de één of andere manier mijn diensten geboden. In het begin deed ik mijn uiterste best om daarmee mijn aanwezigheid te legitimeren. Later besefte ik dat het niet meer nodig was, want wat ik te bieden heb zijn mijn unieke kwaliteiten en mijn aanwezigheid. Mijn vluchtelingen achtergrond is altijd een bron van inzicht en inspiratie geweest. In mijn werk weet ik bijvoorbeeld wat veiligheid betekent of een ander welkom heten. Wat het betekent om er te mogen zijn zoals je bent. Hoe meer ik verbonden ben met mijn unieke zijn en daar vanuit geef, hoe meer ik mensen kan helpen en stimuleren in hun groei.

Stel je toch eens voor dat ik hier niet was gekomen? Dat er niet een lieve vrouw uit Amsterdam was die garant stond voor ons verblijf? Natuurlijk ben ik vervangbaar en waren er andere mensen geweest, die hetzelfde werk hebben kunnen doen, zoals ik heb gedaan. Maar zoals iedereen uniek is en onmisbaar, mensen die mij hebben mee gemaakt hadden mij toch niet willen missen?

Het inzicht wat ik kreeg kwam omdat ik ging omdenken over mijzelf. Ik wil mijn ervaring delen en zo een bijdrage leveren in de problematiek rond vluchtelingen anno 2016. Het is tijd dat ik me uitspreek. Tegelijk ben ik ook realistisch genoeg om te beseffen dat dit niet dé oplossing is voor het grote probleem. Wat ik bied is een andere perspectief. Want laten we de vluchtelingen eens niet als een groep vluchtelingen zien, maar als een groep met individuen , zoals jij en ik. Elk mens met kwaliteiten en potenties. Ieder een uniek persoon die een zinvolle bijdrage wil leveren, die we nu en over een aantal jaren nodig kunnen hebben. En laten we beseffen welke kwaliteiten en mogelijkheden we over 50 jaar zouden missen als deze persoon er niet was geweest.

Ik vind het spannend om mijzelf als voorbeeld te nemen. Bij het schrijven voel ik me verbonden met alle anderen die hetzelfde hebben mee gemaakt en met alle mensen die me hebben ontvangen. Misschien dat door mijn geschiedenis we ook bewust worden van de kansen die onze gasten ons kunnen bieden. Als we gastvrij zijn en deze nieuwe mensen een kans geven ook zinvol bij te dragen aan onze maatschappij.

Niemand wil huis en haard verlaten. Niemand die op een erbarmelijke manier vlucht komt hier om te profiteren. Iemand, die de moed heeft om alles wat hij of zij heeft achter te laten, doet dit om een nieuw bestaan op te bouwen en daarmee bij te dragen aan zichzelf en ieder ander in zijn of haar omgeving.
Tan May Ing, maart 2016